ITALIE HOUDT BELEGGERS BEZIG

De politieke onzekerheid in met name Italië hield beleggers afgelopen week in bedwang, al bleven de verliezen beperkt door een fors herstel op vrijdag. Op weekbasis verloor de AEX 0,6 procent tot 559,18 punten.

Stijgers en dalers

Op weekbasis bleek Altice een grote stijger met 2,1 procent. Het aandeel beweegt flink, na de afsplitsing van de Amerikaanse tak een week eerder. Indexzwaargewicht Royal Dutch Shell won 2,6 procent, mede geholpen door een stijging van de Brent-prijzen. De prijzen voor een vat ruwe olie daalden afgelopen week evenwel flink. ABN AMRO moest de rode lantaarn dragen met een verlies van 4,5 procent, maar dat kwam deels omdat het aandeel ex-dividend ging. De bank kreeg verder een adviesverhoging van Mediobanca, van Underperform naar Neutraal. De financials hadden het moeilijk afgelopen week. Ook ASR Nederland en Aegon verloren met 3,3 tot 3,5 procent aanzienlijk wat beurswaarde.
In de Midkap was het Arcadis dat op bijval van beleggers kon rekenen met een plus van 8,1 procent. Flitshandelaar Flow Traders spinde garen bij de toegenomen onrust in Zuid-Europa en het aandeel klom 6,7 procent. Boskalis profiteerde van het sentiment in offshore en won 5,7 procent. Air France-KLM daalde met 3,4 procent. BE Semiconductor Industries zakte 3,2 procent. Wereldhave gaf 2,5 procent aan waarde prijs. ABN AMRO haalde Wereldhave van de kooplijst en verlaagde het koersdoel met 4 euro naar 35,00 euro. Frankrijk en Nederland blijven lastig, aldus de analisten, terwijl zij over België en Finland een stuk positiever zijn.

In Italië kwam afgelopen zondag een vroegtijdig einde aan de kabinetsformatie van de eurosceptische vijfsterrenbeweging en Lega, nadat de Italiaanse president Sergio Mattarella zondag geen akkoord gaf aan de kandidatuur van Paolo Savona voor de functie van minister van financiën, waarna kandidaat premier Giuseppe Conte zijn opdracht om een regering te vormen neerlegde. De angst dat nieuwe verkiezingen eigenlijk een verkapt referendum over de euro zouden worden, drukte op het sentiment.
Donderdagavond was er evenwel witte rook nadat de Vijfsterrenbeweging en Lega Nord overeenstemming bereikten over een nieuwe regering. Conte zal toch premier worden. Het plan om 100 miljard euro extra uit te geven blijft ook gehandhaafd, aldus Italiaanse media. Daarmee is het de Italianen na “slechts 88 dagen” gelukt om een regering te vormen, concludeerden analisten van Rabobank.

Onrust in Spanje

Ondertussen wankelde de Spaanse regering, nadat de belangrijkste oppositiepartij van het land een motie van wantrouwen heeft uitgesproken tegen premier Mariano Rajoy, vanwege een omkoopschandaal waarbij twee leden van zijn partij zijn betrokken. Rajoy zag de bui al hangen en besloot in aanloop naar de stemming op vrijdag de handdoek reeds in de ring te gooien. “We kunnen aannemen dat de motie van wantrouwen zal worden aangenomen, dus Pedro Sanchez zal de nieuwe premier van de regering worden”, zei hij. En de stemming leverde inderdaad een meerderheid op, wat betekent dat Rajoy het veld ruimt.

Importheffingen

De Verenigde Staten besloten verder om toch importheffingen op staal en aluminium uit de Europese Unie in te gaan voeren. Beleggers reageerden donderdag, toen het nieuws bekend werd, ietwat geschrokken, maar konden de aankondiging op vrijdag alweer redelijk naast zich neerleggen. De EU kondigde direct tegenmaatregelen aan.

Op macro-economisch vlak lag het zwaartepunt vooral in de tweede helft van de week met de publicatie van het Amerikaans banenrapport over mei. Uit cijfers van loonstrookjesverwerker Automatic Data Processing bleek het aantal banen minder hard gestegen dan verwacht, maar het officiële rapport van Amerikaanse ministerie van Arbeid liet een ander beeld zien. Volgens het ministerie kwamen er afgelopen maand 223.000 banen bij, terwijl de markt uitging van een banengroei van ongeveer 190.000 stuks.

De eerder vermelde stijging in april werd evenwel bijgesteld van 164.000 naar 159.000, maar de stijging van 135.000 in maart werd verhoogd naar 155.000 banen. Het gemiddelde uurloon nam met 0,08 dollar toe tot 26,92 dollar. Op jaarbasis stegen de lonen met 2,7 procent.

Euro en olie

De politieke onzekerheid drukte ook op de euro, wat vooral aan het begin van de week zichtbaar was met een dieptepunt op 1,1510 dollar. De olieprijzen lieten een gemengd beeld zien, waarbij de prijzen voor een vat Brent-olie en voor een vat West Texas Intermediate verder uit elkaar begonnen te lopen. Futures op een vat WTI daalden, terwijl futures op een vat Brent-olie juist stegen.

Volgende week

Nadat de markt afgelopen week al inzicht kreeg in de stand van de mondiale industrie, volgen aankomende week de inkoopmanagersindices voor de dienstensector in Europa, de Verenigde Staten, Japan en China. Bovendien volgen er groeicijfers uit Japan en de eurozone over het eerste kwartaal.
Bedrijfscijfers zijn er niet meer aankomende week, maar er noteren nog wel enkele ondernemingen ex-dividend, waaronder ASR Nederland, NN Group.