ABN AMRO aandeel met een hoog dividendrendement

ABN AMRO publiceerde afgelopen maandag de resultaten over het eerste kwartaal. Hoewel de Nederlandse bank in de eerste drie maanden van 2018 meer winst behaalde dan verwacht, moest er meer geld in de stroppenpot worden gestopt. Een tegenvaller, waar beleggers de bank hard op afrekenden. Op weekbasis was ABN AMRO ook de sterkste daler onder de hoofdfondsen.

ABN AMRO sloot vrijdag 1,1 procent lager op 23,95 euro. Op weekbasis daalde de bank 9,1 procent.

De bank boekte in de eerste drie maanden van 2018 een nettowinst van 595 miljoen euro. Operationeel verdiende de bank zelfs 981 miljoen euro. Op kwartaalbasis liepen de rentebaten terug van 1.696 miljoen naar 1.671 miljoen euro en de commissie-inkomsten daalden naar 431 miljoen, tegenover 443 miljoen euro. In het eerste kwartaal van 2017 was dit nog respectievelijk 1.596 miljoen en 452 miljoen euro.

De operationele kosten kwamen uit op 1.348 miljoen euro, vrijwel gelijk aan de eerste drie maanden van 2017. De cost/income ratio, een belangrijke maatstaf om banken te beoordelen, verbeterde van 60,2 naar 57,9 procent. Daarmee meent de bank op koers te zijn om de financiële doelen voor 2020 te halen. ABN AMRO behaalde een rendement op het eigen vermogen van 11,5 procent, een daling ten opzichte van de 13,2 procent vorig jaar. De fully loaded CET1 ratio steeg van 16,9 naar 17,5 procent.

Er werd door ABN AMRO 208 miljoen euro in de stroppenpot gestopt.

ABN AMRO presteerde in het eerste kwartaal “gezond”, maar de veel hoger dan voorziene bijdragen aan de stroppenpot werpt hier een schaduw over, concludeerde analist Albert Ploegh van ING maandag. Daarnaast merkte de analist op dat de kans op een forse teruggave van kapitaal onzekerder is geworden. Het was voor de analist reden om het aandeel twee dagen later van de kooplijst te halen. Ploegh verlaagde het advies naar Houden en het koersdoel van 27,50 euro naar 26,50 euro.

ING was niet de enige waar de analisten voorzichtiger werden. UBS stelde het koersdoel neerwaarts bij van 26,00 naar 25,90 euro, maar handhaafde het neutrale advies, “aangezien de onzekerheid over de kwaliteit van het leningsboek nog wel even zal aanhouden”, oordeelden de analisten van Zwitserse bank.

Credit Suisse volgde met een koersdoelverlaging van 30,00 naar 29,00 euro, maar handhaafde het advies op Outperform, omdat het verwachte dividendrendement de komende twee jaar 7 procent blijft, met ruimte om de kosten verder te verlagen na de “te hoge” kostenratio van 59 procent in 2017.

Analist Maxence Le Gouvello du Timat van Jefferies zei weinig aanjagers te zien voor het aandeel ABN AMRO, tot de strategische update van de zakenbank in het tweede kwartaal, “waarin ABN AMRO vermoedelijk lagere kosten en meer winstgevendheid zal beloven voor deze divisie”, aldus de analist. De analist handhaafde daarom het advies op Houden, met een koersdoel van 27,30 euro.

Het oordeel van analist Jason Kalamboussis van KBC Securities was duidelijk optimistischer. “ABN AMRO troeft analisten af”, concludeerde de analist. “ABN AMRO heeft met de resultaten in het eerste kwartaal in zekere mate aangetoond dat de analistenconsensus te pessimistisch was”, stelde hij. Volgens Kalamboussis is er in het vierde kwartaal van dit jaar zelfs ruimte om met een aandeleninkoopprogramma te komen en mogelijk zelfs een hogere payout voor het dividend. Ook wordt wellicht de basis gelegd voor een versnelling van de omzetgroei. KBC Securities handhaafde het koopadvies met een koersdoel van 29,80 euro. Kalamboussis denkt dat de markt wat positiever zal worden over bepaalde taxaties voor ABN AMRO. Vooralsnog lijken collega-analisten echter een slag om de arm te houden.

(ABM FN-Dow Jones)